Fundament van normatieve antropologie binnen de Relationeel-Procesmatige Antropologie
Dit hoofdstuk vormt de laatste verdiepingslaag van het mensbeeld vóór de overgang naar het tweede deel, waarin de maatschappelijke en institutionele implicaties worden uitgewerkt. De inzet is hier nadrukkelijk niet om politieke aanbevelingen te formuleren, maar om de antropologische grondstructuur te expliciteren waaruit normatieve oriëntaties kunnen voortvloeien. Daarmee wordt een onderscheid bewaakt dat voor de academische integriteit van het project essentieel is: descriptieve analyse beschrijft menselijke bestaanscondities; normatieve reflectie onderzoekt welke minimale oriëntaties plausibel worden wanneer die bestaanscondities serieus worden genomen, zonder dat zij er logisch uit “volgen” of als morele doctrine worden vastgelegd. De Relationeel-Procesmatige Antropologie presenteert zich in deze fase als een open, corrigeerbaar raamwerk. Dat open karakter is geen vrijblijvende houding, maar vloeit voort uit de procesontologische kern van het mensbeeld: wanneer de mens al...