Waarom instituties ertoe doen
Wanneer Lina ’s ochtends de deur uitgaat, denkt ze niet aan instituties. Ze pakt haar fiets, kijkt snel op haar telefoon of het gaat regenen en vertrekt naar haar werk. De straat is druk. Auto’s stoppen voor het verkeerslicht. Fietsers rijden over het fietspad. Kinderen lopen met rugzakken naar school. Alles lijkt vanzelf te gaan. Maar juist dat vanzelfsprekende is bijzonder. Zonder dat Lina erbij stilstaat, wordt haar dag voortdurend gevormd door instituties. De weg waarop ze fietst is aangelegd en onderhouden. De verkeersregels zorgen ervoor dat mensen niet zomaar kriskras door elkaar bewegen. Haar werk valt onder afspraken over loon, werktijden, verlof en veiligheid. Als ze ziek wordt, kan ze naar een huisarts. Als er een conflict ontstaat, kan ze uiteindelijk naar een rechter. Instituties zijn overal. Niet altijd zichtbaar, maar wel aanwezig. Ze vormen de stille infrastructuur van het dagelijks leven. Later die dag spreekt Lina haar vriend David. Hij is pas ve...