Hans Küng - Wereldethos, interreligieuze dialoog en gedeelde menselijke verantwoordelijkheid
Hans
Küng - Wereldethos, interreligieuze dialoog en gedeelde menselijke
verantwoordelijkheid
Waarom hebben
pluralistische samenlevingen een gedeelde ethische horizon nodig zonder één
levensbeschouwing op te leggen?
Hans Küng behoort tot de theologen en publieke
intellectuelen van de twintigste en eenentwintigste eeuw. Zijn werk draait om
de vraag hoe mensen met verschillende religies, culturen en wereldbeelden
vreedzaam kunnen samenleven zonder hun verschillen te ontkennen. Vooral zijn
project van een wereldethos is relevant voor een relationeel mens- en
samenlevingsmodel: samenlevingen hebben gedeelde morele uitgangspunten nodig,
maar die mogen niet worden opgelegd vanuit één religie, ideologie of cultuur.
De kern van Küngs denken ligt in de overtuiging dat er
geen wereldvrede kan zijn zonder vrede tussen religies, en geen vrede tussen
religies zonder dialoog tussen religies. Daarmee bedoelt hij niet dat alle
religies hetzelfde zijn of dat verschillen moeten verdwijnen. Integendeel:
juist omdat mensen diep gevormd worden door tradities, verhalen, rituelen en
geloofsovertuigingen, is dialoog noodzakelijk. Pluraliteit vraagt geen
uniformiteit, maar wederzijds verstaan.
Daarmee raakt Küng direct aan relationele menswording.
Mensen ontwikkelen zichzelf binnen morele en culturele horizonnen die hun
identiteit, verantwoordelijkheid en beeld van het goede leven vormen.
Religieuze en levensbeschouwelijke tradities zijn niet slechts
privé-overtuigingen, maar bronnen van betekenis, erkenning, gemeenschap en
morele oriëntatie. Menswording is daarom ook levensbeschouwelijk en narratief
ingebed.
Küng levert hiermee een belangrijke correctie op zowel
seculier technocratisme als religieus exclusivisme. Tegen technocratische
opvattingen benadrukt hij dat samenlevingen niet kunnen leven van procedures,
markten en bestuur alleen. Zij hebben morele bronnen nodig die mensen motiveren
tot verantwoordelijkheid, solidariteit en zelfbegrenzing. Tegen religieus
absolutisme benadrukt hij dat geen enkele traditie het recht heeft haar
waarheid politiek op te leggen aan allen.
Zijn wereldethos probeert daarom een middenweg te
formuleren. Het gaat niet om één wereldreligie of één universele ideologie,
maar om overlappende ethische beginselen die in verschillende tradities
herkenbaar zijn: menselijke waardigheid, geweldloosheid, eerlijkheid,
rechtvaardigheid, wederkerigheid, verantwoordelijkheid en zorg voor kwetsbaren.
Hier sluit Küng aan bij het idee van een meervoudig
normatief fundament. Pluralistische samenlevingen kunnen niet volledig steunen
op één metafysische grondslag, maar hebben wel gedeelde ondergrenzen nodig.
Zonder minimale ethische consensus raken democratie, recht en sociale
solidariteit kwetsbaar. Zonder pluraliteit verstart die consensus tot dwang.
Tegelijk moet Küng kritisch worden gelezen. Zijn
zoektocht naar universele ethische overeenstemming kan het risico meebrengen
dat verschillen tussen tradities te snel worden geharmoniseerd. Religies en
culturen bevatten niet alleen gedeelde waarden, maar ook conflicten,
machtsstructuren, uitsluitingsmechanismen en interne strijd. Een relationele
benadering moet daarom wereldethos verbinden met machtskritiek, historische
gevoeligheid en institutionele corrigeerbaarheid.
Daarnaast roept zijn denken de vraag op wie bepaalt welke
waarden werkelijk universeel zijn. Een wereldethos mag niet worden geformuleerd
als morele consensus van elites, religieuze leiders of academici alleen. Het
moet open blijven voor stemmen van vrouwen, minderheden, postkoloniale
perspectieven, niet-religieuze levensbeschouwingen en gemarginaliseerde
groepen.
Toch blijft Küng bijzonder waardevol omdat hij laat zien
dat mondiale samenleving niet kan worden gedragen door economie, recht of macht
alleen. Mensen hebben morele oriëntatie nodig. Zonder gedeelde ethische taal
worden mondiale problemen zoals oorlog, armoede, klimaatverandering, migratie
en technologische macht moeilijk collectief bespreekbaar.
Zijn denken is ook relevant voor instituties.
Democratische rechtsstaten moeten levensbeschouwelijk neutraal zijn in de zin
dat zij geen religie opleggen, maar zij kunnen niet moreel leeg zijn. Zij
berusten op waarden zoals menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid, vrijheid,
verantwoordelijkheid en vreedzame conflictverwerking. Küng helpt begrijpen dat
zulke waarden voortdurend gevoed, besproken en herijkt moeten worden.
Hier raakt hij direct aan corrigeerbaarheid. Een gedeeld
ethos mag nooit afgesloten of dogmatisch worden. Juist in pluralistische
samenlevingen moet de morele basis van instituties voortdurend onderwerp
blijven van dialoog, kritiek en herinterpretatie. Corrigeerbaarheid vraagt
daarom niet alleen juridische procedures, maar ook ethische gespreksculturen.
Küng is bijzonder relevant voor interreligieuze en
interculturele spanningen. In samenlevingen waarin religie soms wordt gezien
als bron van conflict of achterlijkheid, benadrukt hij dat religieuze tradities
ook bronnen kunnen zijn van vrede, rechtvaardigheid en menselijke waardigheid.
Tegelijk waarschuwt zijn werk impliciet dat religies gevaarlijk worden wanneer
zij zich afsluiten voor dialoog en kritiek.
Ook voor digitale samenlevingen is Küngs denken relevant.
Online publieke ruimtes versterken vaak morele verontwaardiging, identitaire
verharding en simplistische vijandbeelden. Een wereldethos vraagt daarentegen
om vertraging, luisteren, wederkerigheid en erkenning van menselijke
waardigheid voorbij groepsgrenzen.
Ecologisch krijgt zijn werk eveneens nieuwe betekenis.
Klimaatverandering vraagt niet alleen technische oplossingen, maar ook een
ethiek van zelfbegrenzing, verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties en
zorg voor de aarde. Veel religieuze en levensbeschouwelijke tradities bevatten
bronnen voor zo’n ecologische verantwoordelijkheid, mits zij open en kritisch
worden geïnterpreteerd.
Voor menswording betekent Küng dat mensen zich
ontwikkelen binnen morele, religieuze en culturele betekeniskaders die richting
geven aan verantwoordelijkheid, solidariteit en zelfbegrenzing. Menselijke
ontwikkeling vraagt niet alleen vrijheid, maar ook ethische oriëntatie.
Voor instituties betekent dit dat democratische
samenlevingen gedeelde morele ondergrenzen nodig hebben zonder
levensbeschouwelijke uniformiteit af te dwingen. Instituties moeten ruimte
bieden aan pluraliteit, maar tegelijk menselijke waardigheid en vreedzame
co-existentie beschermen.
Voor corrigeerbaarheid levert Küng een fundamenteel
inzicht: mondiale en pluralistische samenlevingen hebben een open, dialogisch
ethos nodig dat verschillen erkent en tegelijk gedeelde verantwoordelijkheid
mogelijk maakt. Corrigeerbaarheid vraagt daarom ethische reflectie die nooit
definitief wordt afgesloten.
De blijvende waarde van Küng ligt in zijn poging een
gedeelde ethische horizon te formuleren voor een pluralistische en mondiale
wereld. Zijn beperking ligt in het risico dat diepe conflicten,
machtsverschillen en structurele ongelijkheden soms te snel worden overbrugd
door taal van consensus.
Een relationeel en corrigeerbaar mens- en
samenlevingsmodel neemt daarom zijn wereldethos serieus, maar verbindt dit
expliciet met pluralisme, machtskritiek, sociale rechtvaardigheid, ecologische
begrenzing en democratische openheid.
De hedendaagse vraag luidt daarom: bouwen wij instituties
en publieke culturen waarin verschillende levensbeschouwingen elkaar kunnen aanspreken
op gedeelde menselijke waardigheid — of creëren wij samenlevingen waarin morele
fragmentatie, religieus absolutisme en technocratische leegte het vermogen tot
vreedzaam samenleven ondermijnen?
Raadpleeg het volledige onderzoek:
Menswording in gesprek met grote denkers
https://www.researchgate.net/publication/410488178_Menswording_in_gesprek_met_grote_denkers

Reacties
Een reactie posten