Evelien Tonkens — Burgerschap, professionaliteit en de balans tussen autonomie en verbondenheid
Evelien
Tonkens — Burgerschap, professionaliteit en de balans tussen autonomie en
verbondenheid
Waarom vraagt
een vrije samenleving niet alleen om zelfstandige burgers, maar ook om sterke
sociale relaties en professionele ondersteuning?
Evelien Tonkens behoort tot de Nederlandse denkers op het
gebied van burgerschap, verzorgingsstaat, professionaliteit en sociale cohesie.
Haar werk onderzoekt hoe moderne samenlevingen omgaan met autonomie,
verantwoordelijkheid, participatie en wederzijdse afhankelijkheid. Voor een
relationeel mens- en samenlevingswordingsmodel is Tonkens bijzonder relevant
omdat zij laat zien dat menselijke ontwikkeling niet kan worden gereduceerd tot
individuele zelfredzaamheid, maar altijd plaatsvindt binnen sociale relaties en
institutionele contexten.
De kern van Tonkens’ denken ligt in haar analyse van de
moderne nadruk op zelfredzaamheid. In veel hedendaags beleid worden burgers
geacht zelfstandig, ondernemend, flexibel en verantwoordelijk te zijn. Hoewel
autonomie een belangrijke waarde is, waarschuwt Tonkens dat een eenzijdige
nadruk op zelfredzaamheid gemakkelijk uit het oog verliest dat mensen ook
afhankelijk zijn van zorg, ondersteuning, gemeenschappen en publieke
voorzieningen.
Daarmee raakt zij direct aan relationele menswording.
Mensen ontwikkelen zich niet als volledig onafhankelijke individuen. Zij worden
gevormd door opvoeding, onderwijs, vriendschappen, gezinnen, buurten,
verenigingen, professionele ondersteuning en publieke instituties. Autonomie
ontstaat niet buiten relaties om, maar juist dankzij relaties die ontwikkeling
mogelijk maken.
Voor het relationeel-procesmatige model levert dit een
fundamenteel inzicht op. Vrijheid en afhankelijkheid zijn geen tegenpolen.
Mensen worden zelfstandig doordat zij gedurende hun leven worden ondersteund
door sociale en institutionele verbanden. Menswording vraagt daarom zowel
ontwikkelingsruimte als verbondenheid.
Een belangrijk thema in Tonkens’ werk is haar analyse van
de participatiesamenleving. Zij erkent het belang van actieve burgers en
maatschappelijke betrokkenheid, maar wijst erop dat participatie niet simpelweg
kan worden afgedwongen door verantwoordelijkheden van de overheid naar burgers
over te hevelen. Niet iedereen beschikt over dezelfde middelen, netwerken,
gezondheid of tijd om op gelijke wijze te participeren.
Hier levert zij een belangrijke correctie op
simplistische opvattingen van burgerschap. Burgers verschillen in mogelijkheden
en omstandigheden. Een rechtvaardige samenleving moet daarom niet alleen
participatie verwachten, maar ook de voorwaarden scheppen waaronder
participatie daadwerkelijk mogelijk wordt.
Voor het relationeel mens- en samenlevingswordingsmodel
sluit dit direct aan bij de dimensies van bestaanszekerheid, ontwikkelingsruimte
en gelijkwaardigheid. Burgerschap kan alleen betekenisvol zijn wanneer mensen
beschikken over voldoende middelen, erkenning en ondersteuning om daadwerkelijk
deel te nemen aan het maatschappelijke leven.
Tonkens heeft daarnaast veel aandacht besteed aan de rol
van professionals. In discussies over autonomie en burgerkracht worden
professionals soms voorgesteld als overbodige tussenlagen. Tonkens betoogt
juist dat professionele kennis, ervaring en ondersteuning belangrijke
voorwaarden zijn voor menselijke ontwikkeling en maatschappelijke participatie.
Voor haar gaat het niet om een keuze tussen professionele
zorg en burgerlijke verantwoordelijkheid, maar om een vruchtbare samenwerking
tussen beide. Goede professionals versterken het vermogen van mensen om zelf
richting te geven aan hun leven zonder hen aan hun lot over te laten.
Dit inzicht is bijzonder relevant voor het polycentrisch
corrigeerbaar democratiemodel. Corrigeerbaarheid vereist niet alleen
democratische instituties, maar ook professionele organisaties die signalen uit
de samenleving kunnen opvangen, problemen zichtbaar kunnen maken en burgers
kunnen ondersteunen. Professionals vormen vaak een belangrijke schakel tussen
individuele ervaringen en institutionele leerprocessen.
Een tweede belangrijke bijdrage van Tonkens betreft haar
werk over sociale cohesie en burgerschapsvorming. Zij laat zien dat
democratische samenlevingen niet alleen afhankelijk zijn van formele regels,
maar ook van sociale vaardigheden zoals vertrouwen, samenwerking, wederzijds
respect en het vermogen om met verschillen om te gaan.
Daarmee sluit zij aan bij denkers als Robert Putnam,
Alexis de Tocqueville en Nicholas Christakis. Democratische kwaliteit wordt
niet uitsluitend bepaald door instituties, maar ook door de kwaliteit van de
sociale relaties waarin burgers met elkaar verbonden zijn.
Voor het relationeel model betekent dit dat
samenlevingswording niet alleen institutioneel, maar ook cultureel en sociaal
is. Mensen leren burgerschap in dagelijkse interacties, verenigingen, scholen,
buurten en gemeenschappen.
Tegelijk moet Tonkens kritisch worden gelezen. Haar
nadruk op burgerschap en participatie moet worden verbonden met structurele
analyses van macht, ongelijkheid en economische omstandigheden. Sociale
betrokkenheid alleen kan structurele problemen van armoede, uitsluiting of
machtsconcentratie niet oplossen. Een relationeel model combineert haar
inzichten daarom met die van Fraser, Young, Piketty en anderen.
Desondanks blijft haar bijdrage bijzonder waardevol.
Tonkens laat zien dat een samenleving niet menselijker wordt door burgers
volledig afhankelijk te maken van instituties, maar ook niet door hen volledig
aan zichzelf over te laten. De uitdaging ligt in het vinden van een evenwicht
tussen autonomie en verbondenheid.
Voor menswording betekent Tonkens dat mensen zich
ontwikkelen binnen relaties van ondersteuning, erkenning en wederzijdse
verantwoordelijkheid.
Voor samenlevingswording betekent dit dat democratische
gemeenschappen afhankelijk zijn van actieve burgers én van sterke publieke
instituties.
Voor corrigeerbaarheid levert Tonkens een fundamenteel
inzicht: instituties moeten burgers niet alleen beschermen, maar ook
ondersteunen in hun vermogen om deel te nemen, verantwoordelijkheid te nemen en
maatschappelijke problemen gezamenlijk op te lossen.
De blijvende waarde van Evelien Tonkens ligt in haar
vermogen om autonomie, zorg, professionaliteit en burgerschap met elkaar te
verbinden. Zij laat zien dat menselijke vrijheid niet betekent dat mensen alles
alleen moeten kunnen, maar dat zij kunnen rekenen op sociale en institutionele
verbanden die hun ontwikkeling ondersteunen.
Voor het relationeel mens- en samenlevingswordingsmodel
vormt zij daarom een belangrijke Nederlandse stem. Haar werk maakt zichtbaar
dat menswording plaatsvindt in het spanningsveld tussen zelfstandigheid en
afhankelijkheid, en dat een rechtvaardige samenleving beide serieus moet nemen.
De hedendaagse vraag luidt daarom: bouwen wij instituties
die mensen daadwerkelijk in staat stellen actief en zelfstandig deel te nemen
aan de samenleving — of verwarren wij zelfredzaamheid met het afschuiven van
verantwoordelijkheid op burgers die juist ondersteuning nodig hebben?
Raadpleeg het volledige onderzoek:
Menswording in gesprek met grote denkers
https://www.researchgate.net/publication/410488178_Menswording_in_gesprek_met_grote_denkers

Reacties
Een reactie posten