Hoeveel rapporten en parlementaire onderzoeken hebben we nog nodig voordat institutioneel leren zelf een afdwingbaar onderdeel van goed bestuur wordt
Van ‘Wie niet past,
loopt vast’ naar ‘Doen wat nodig is’
Wie niet past, loopt
vast.
Regel regie!
De burger verdient beter.
De burger kan niet
wachten.
Tijd voor de burger.
Zet de burger centraal.
Doen wat nodig is.
De boodschap wordt steeds
dringender. Niet omdat de problemen onbekend zijn, maar omdat dezelfde
problemen blijven terugkomen.
In alle tien onderzochte
jaren staan armoede, schulden en incasso centraal. Ook ontoegankelijke
dienstverlening, digitale uitsluiting en overschatting van de zelfredzaamheid
van burgers keren ieder jaar terug. Daarnaast waarschuwt de Ombudsman vrijwel
voortdurend voor gebrekkige rechtsbescherming, ongelijke behandeling,
schijnparticipatie en versnipperde verantwoordelijkheid.
De rode lijn is
duidelijk: de overheid organiseert haar taken vanuit wetten, organisaties en
afzonderlijke bevoegdheden. De burger ervaart echter één overheid — en moet
vervolgens zelf de samenhang organiseren.
Wie over voldoende tijd,
kennis, geld en een goed netwerk beschikt, vindt meestal een uitweg. Wie ziek
is, schulden heeft, de taal niet goed beheerst of onder stress staat, loopt
vast. Formeel gelijke regels produceren daardoor feitelijk ongelijke mogelijkheden.
Er is ook vooruitgang.
Sommige voorzieningen worden inmiddels automatisch toegekend. De
Participatiewet biedt meer ruimte voor persoonlijke omstandigheden. Bij DUO
kwamen erkenning, excuses en compensatie op gang. Ook groeit de aandacht voor
proactieve dienstverlening, menselijke maat en herstel.
Maar de structurele
balans blijft zorgelijk. Het toeslagenherstel, Groningen, het complexe
inkomensstelsel, digitale uitsluiting, de asielopvang en de positie van
Caribisch Nederland laten zien dat herstel vaak langzaam en gefragmenteerd
verloopt.
Ook de vergelijking met
parlementaire onderzoeken is veelzeggend. De Ombudsman ziet individuele
klachten voordat zij uitgroeien tot een nationale crisis. Parlementaire
onderzoeken reconstrueren later vaak dezelfde mechanismen:
onrealistische politieke
beloften;
ingewikkelde en harde
regelgeving;
onvoldoende
uitvoerbaarheid;
versnipperde
verantwoordelijkheid;
gebrekkige informatie;
tegensignalen die
onvoldoende doordringen;
herstel dat pas begint
nadat grote schade is ontstaan.
Het probleem is daarom
niet alleen signalering, maar institutionele verwerking. Wie ontvangt het
signaal? Wie moet handelen? Binnen welke termijn? Met welk mandaat? En wie
controleert of de situatie van burgers werkelijk verbetert?
Vanuit het mens- en
samenlevingswordingsmodel gaat dit over meer dan dienstverlening. Instituties
verdelen niet alleen geld en rechten, maar ook tijd, zekerheid, waardigheid,
zeggenschap en ontwikkelingsruimte.
Daarom zou iedere
aanbeveling moeten worden gekoppeld aan:
één verantwoordelijke
eigenaar;
een concrete termijn en
voldoende middelen;
openbare
voortgangsrapportage;
toetsing aan gevolgen
voor de leefwereld;
controle of vergelijkbare
schade structureel minder vaak ontstaat.
Een aanbeveling is pas
uitgevoerd wanneer de beoogde groep aantoonbaar sneller, eenvoudiger en met
minder stress toegang krijgt tot haar rechten.
De overheid weet
inmiddels waar burgers vastlopen. Na tien jaar waarschuwingen is de centrale
vraag daarom niet langer: wat gaat er mis?
De vraag is: waarom lukt
het ons nog steeds onvoldoende om wat we weten om te zetten in wat nodig is?
Raadpleeg het volledige
onderzoek:
Van ‘Wie niet past, loopt vast’ naar ‘Doen wat nodig is’
Tien jaar Nationale
ombudsman over een overheid die de burger nog te vaak
laat verdwalen
#NationaleOmbudsman
#Rechtsstaat #Uitvoering #MenselijkeMaat #Bestaanszekerheid #Overheid
#InstitutioneelLeren #Democratie

Reacties
Een reactie posten