Wat gebeurt er wanneer noodopvang een verdienmodel wordt?
Wat zegt een claim van €184,7 miljoen over de manier waarop Nederland asielopvang organiseert?
Het COA heeft LCHD, het bedrijf van ondernemer René Derksen, aansprakelijk gesteld voor €184,7 miljoen in een geschil over hotelcontracten voor noodopvang. De zaak ligt bij de rechter; LCHD heeft op zijn beurt een tegenclaim aangekondigd wegens volgens het bedrijf ongerechtvaardigde contractbreuken. Over aansprakelijkheid en de precieze schade is dus nog niets definitief vastgesteld. Wel maakt de zaak zichtbaar hoe kwetsbaar publieke dienstverlening wordt wanneer een overheid pas in een crisis capaciteit probeert te organiseren.
LCHD werd vanaf 2022 ingezet om onder hoge tijdsdruk hotelkamers en zalen te regelen voor de opvang van onder meer Oekraïense vluchtelingen. Volgens eerdere berichtgeving betaalde het COA tussen 2022 en 2024 €436 miljoen aan LCHD; de eigenaar keerde zichzelf ruim €44 miljoen uit. Het COA stelde dat het bij de opdrachtverlening vertrouwde op een maatschappelijk verantwoorde, marktconforme vergoeding, maar later tot een andere beoordeling kwam.
De kern van het probleem is breder dan de handelwijze van één ondernemer. Wanneer structurele opvangcapaciteit ontbreekt, de doorstroom naar huisvesting stokt en de overheid onvoldoende eigen inkoopkennis en marktpositie heeft, ontstaat noodgedwongen afhankelijkheid van tijdelijke, commerciële schakels. Dan wordt schaarste een verdienmodel. De regering erkende zelf dat hotelopvang arbeidsintensief is en expertise vergt die het COA onvoldoende in huis had, maar gaf ook aan voortaan in beginsel rechtstreeks met hotels te contracteren.
Vanuit het mens- en samenlevingswordingsmodel is dat een institutionele ontwerpfout. Asielopvang is geen markt waar publieke nood en menselijke kwetsbaarheid zonder meer kunnen worden omgezet in private marges. Zij gaat over mensen die bescherming nodig hebben, over omwonenden die voorspelbaar bestuur verdienen en over belastingmiddelen die gericht moeten zijn op menswaardige opvang en duurzame oplossingen. Marktpartijen kunnen een nuttige uitvoerende rol hebben, maar publieke verantwoordelijkheid mag niet worden uitbesteed zonder transparante prijsafspraken, toetsbare kwaliteitsnormen en effectieve democratische controle.
De les is daarom niet dat iedere private betrokkenheid onaanvaardbaar is. De les is dat een democratische rechtsstaat noodopvang niet als permanente improvisatie mag organiseren. Nodig zijn structurele en kleinschalige opvangcapaciteit, snellere huisvesting en doorstroom van statushouders, directe en transparante contractering waar dat kan, openboekafspraken over kosten en marges, en onafhankelijk toezicht op crisisinkoop. Alleen dan wordt opvang weer wat zij behoort te zijn: een publieke voorziening die menselijke waardigheid beschermt, in plaats van een systeem waarin bestuurlijke tekortkomingen buitengewone winsten mogelijk maken.
Zie:
'COA dient claim van bijna 200 miljoen in tegen hotelregelaar'

Reacties
Een reactie posten