Van de industriële groeieconomie naar de duurzaamheidseconomie

 


De fiscale architectuur van een samenleving ontstaat niet in een institutioneel vacuüm. Belastingstelsels zijn het resultaat van historische ontwikkelingen en weerspiegelen de economische structuur, de maatschappelijke verhoudingen en de politieke prioriteiten van de periode waarin zij zijn gevormd. Dat geldt ook voor het huidige Nederlandse belastingstelsel. De wijze waarop arbeid, vermogen, ondernemerschap en consumptie worden belast, is niet het product van tijdloze rechtvaardigheidsbeginselen, maar van institutionele keuzes die grotendeels zijn gemaakt tijdens de opbouw van de industriële verzorgingsstaat in de twintigste eeuw. Juist daarom kan een beoordeling van de hedendaagse fiscale architectuur niet los worden gezien van de veranderde maatschappelijke context waarin zij tegenwoordig functioneert.

De fiscale architectuur van de industriële verzorgingsstaat

De naoorlogse verzorgingsstaat werd opgebouwd in een periode waarin industriële productie de economische ontwikkeling domineerde. Nationale economieën waren relatief gesloten, productie vond grotendeels plaats binnen de landsgrenzen en kapitaal was aanzienlijk minder mobiel dan tegenwoordig. Arbeid vormde de belangrijkste productiefactor en loonarbeid was voor het overgrote deel van de bevolking de primaire bron van inkomen. In deze institutionele context was het logisch dat belastingen en sociale premies in belangrijke mate werden geheven over arbeid. Lonen waren administratief goed zichtbaar, relatief eenvoudig te belasten en vormden een stabiele grondslag voor de financiering van de snel groeiende verzorgingsstaat.

De institutionele koppeling tussen arbeid en sociale zekerheid versterkte deze ontwikkeling. Sociale verzekeringen werden grotendeels georganiseerd rondom betaalde arbeid. Werknemers bouwden via premies aanspraken op voor werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom, terwijl werkgevers een belangrijk deel van de financiering voor hun rekening namen. De belastingdruk op arbeid werd daardoor niet uitsluitend gezien als een bron van overheidsinkomsten, maar tevens als een institutioneel mechanisme waarmee sociale bescherming collectief werd georganiseerd.

Ook economisch sloot deze fiscale architectuur aan bij de omstandigheden van haar tijd. Economische groei gold als de primaire voorwaarde voor maatschappelijke vooruitgang. Stijgende arbeidsproductiviteit, toenemende werkgelegenheid en uitbreiding van de industriële productie maakten het mogelijk om zowel de welvaart als de omvang van publieke voorzieningen te vergroten. Vanuit deze groeilogica werd belastingheffing primair beoordeeld op haar bijdrage aan economische expansie en de financiering van collectieve voorzieningen. Ecologische grenzen speelden daarbij slechts een beperkte rol. Grondstoffen werden veelal beschouwd als overvloedig beschikbaar, terwijl milieuschade grotendeels buiten de economische prijsvorming bleef.

Vanuit deze historische context bezien was de bestaande belastingmix niet irrationeel. Integendeel, zij sloot nauw aan bij de economische structuur, de maatschappelijke organisatie en de bestuurlijke mogelijkheden van haar tijd. De huidige fiscale architectuur is daarom niet het gevolg van een fundamenteel verkeerde keuze, maar van institutionele oplossingen die waren toegesneden op de uitdagingen van de industriële groeieconomie.

Een veranderde economische werkelijkheid

Sinds het laatste kwart van de twintigste eeuw hebben zich echter ingrijpende economische en maatschappelijke veranderingen voorgedaan. Globalisering heeft ertoe geleid dat productie, investeringen en financiële stromen zich steeds minder laten begrenzen door nationale grenzen. Kapitaal is aanzienlijk mobieler geworden, terwijl arbeid grotendeels plaatsgebonden is gebleven. Hierdoor is de belastinggrondslag van arbeid relatief stabiel gebleven, terwijl belastingheffing op kapitaal en vermogen onder druk is komen te staan door internationale fiscale concurrentie en de mogelijkheid om economische activiteiten grensoverschrijdend te organiseren.

Tegelijkertijd heeft de digitalisering de structuur van de economie ingrijpend veranderd. Digitale platformen, data, algoritmen en immateriële activa spelen een steeds grotere rol bij economische waardecreatie. Grote technologiebedrijven kunnen aanzienlijke winsten realiseren zonder dat daarvoor omvangrijke fysieke investeringen of grote aantallen werknemers binnen één land noodzakelijk zijn. De traditionele koppeling tussen productie, arbeid en territoriale belastingheffing wordt daardoor steeds minder vanzelfsprekend.

Ook de opkomst van kunstmatige intelligentie en verdere automatisering verandert de verhouding tussen arbeid en kapitaal. Waar technologische vooruitgang lange tijd vooral leidde tot hogere arbeidsproductiviteit, nemen geavanceerde automatisering en AI steeds vaker ook cognitieve werkzaamheden over. Hierdoor verschuift een deel van de economische opbrengsten van arbeid naar kapitaal, intellectuele eigendomsrechten en digitale infrastructuren. Een belastingstelsel dat primair steunt op arbeid als belastinggrondslag sluit daardoor steeds minder goed aan bij de wijze waarop economische waarde daadwerkelijk wordt gecreëerd.

Daarnaast hebben financiële markten een veel grotere maatschappelijke betekenis gekregen. Vermogen genereert in toenemende mate inkomen via rente, dividend, vermogenswinsten en financiële waardestijgingen. De groei van institutionele beleggers, internationale kapitaalmarkten en mondiale investeringsstromen heeft ertoe geleid dat vermogensvorming steeds belangrijker is geworden voor de verdeling van economische kansen en maatschappelijke macht. Waar arbeid gedurende de twintigste eeuw de dominante bron van inkomen vormde, speelt vermogen tegenwoordig een veel grotere rol bij de reproductie van economische ongelijkheid en intergenerationele kansen.

Misschien nog ingrijpender is dat de ecologische context fundamenteel is veranderd. Klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, uitputting van natuurlijke hulpbronnen en aantasting van ecosystemen maken duidelijk dat economische groei niet langer los kan worden gezien van planetaire grenzen. Veel maatschappelijke kosten van productie en consumptie worden nog steeds onvoldoende in marktprijzen verwerkt. Hierdoor blijven activiteiten die aanzienlijke ecologische schade veroorzaken vaak economisch aantrekkelijk, terwijl duurzame alternatieven relatief duur blijven. De belastingmix van de industriële groeieconomie houdt met deze ecologische realiteit slechts in beperkte mate rekening.

Institutionele traagheid

Hoewel de economische werkelijkheid ingrijpend is veranderd, hebben fiscale instituties zich slechts geleidelijk aangepast. Belastingstelsels behoren tot de meest stabiele onderdelen van de institutionele orde. Zij zijn verweven met sociale zekerheid, begrotingssystematiek, internationale verdragen, uitvoeringsorganisaties en gevestigde maatschappelijke verwachtingen. Institutionele continuïteit bevordert rechtszekerheid en bestuurlijke stabiliteit, maar kan er ook toe leiden dat belastingstelsels blijven aansluiten bij economische structuren die inmiddels fundamenteel zijn veranderd.

Deze institutionele traagheid verklaart waarom de belastingdruk in veel ontwikkelde economieën nog steeds relatief zwaar rust op arbeid, terwijl vermogensvorming, kapitaalinkomen en negatieve externaliteiten relatief minder systematisch worden belast. De fiscale architectuur weerspiegelt daarmee in belangrijke mate de economische logica van de twintigste eeuw, terwijl de maatschappelijke uitdagingen steeds meer worden bepaald door de kenmerken van de eenentwintigste eeuw.

Vanuit het perspectief van mens- en samenlevingswording ontstaat hierdoor een groeiende spanning tussen de institutionele inrichting van het belastingstelsel en de maatschappelijke doelen die het behoort te ondersteunen. Een belastingmix die vooral arbeid belast, sluit minder goed aan bij een economie waarin vermogen, data, intellectueel eigendom en financiële activa een steeds grotere rol spelen. Evenmin biedt zij een adequate institutionele reactie op de noodzaak om ecologische schade structureel in economische besluitvorming te verdisconteren.

Naar een fiscale architectuur voor de duurzaamheidseconomie

Deze veranderde maatschappelijke context vraagt niet om het afschaffen van de fiscale architectuur van de verzorgingsstaat, maar om haar institutionele doorontwikkeling. De uitgangspunten van solidariteit, collectieve risicodeling en publieke financiering behouden onverminderd hun betekenis. Wel verandert de wijze waarop deze doelstellingen institutioneel moeten worden gerealiseerd. Een belastingstelsel dat is ontworpen voor een industriële economie waarin arbeid centraal stond, behoeft aanpassing wanneer economische waardecreatie verschuift richting kapitaal, kennis, digitale infrastructuren en mondiale financiële markten, terwijl ecologische duurzaamheid een steeds belangrijkere randvoorwaarde wordt voor maatschappelijke ontwikkeling.

Vanuit dit perspectief ligt een verschuiving van belastingdruk van arbeid naar vermogen en negatieve externaliteiten voor de hand. Niet omdat arbeid minder waardevol zou zijn geworden, maar juist omdat productieve arbeid, maatschappelijke participatie en ondernemerschap zoveel mogelijk ruimte behoren te krijgen binnen een economie waarin andere bronnen van economische draagkracht steeds belangrijker zijn geworden. Tegelijkertijd vraagt de bescherming van toekomstige generaties om een fiscale architectuur waarin ecologische schade niet langer als een kosteloze externe factor wordt behandeld, maar systematisch wordt betrokken bij economische besluitvorming.

Daarmee verschuift ook het doel van fiscale hervorming. Het gaat niet uitsluitend om een andere verdeling van belastingopbrengsten, maar om een heroriëntatie van de institutionele prikkelstructuur waarop de economie is gebaseerd. Een rechtvaardige belastingmix sluit aan bij de economische en ecologische werkelijkheid van haar tijd en draagt ertoe bij dat economische dynamiek, sociale rechtvaardigheid, democratische legitimiteit en duurzaamheid elkaar wederzijds versterken.



Lees hier het volledige onderzoek Fiscale rechtvaardigheid in de democratische rechtsstaat:

https://www.researchgate.net/publication/409445371_Fiscale_rechtvaardigheid_in_de_democratische_rechtsstaat

Reacties

Populaire posts van deze blog

Welke patronen keren telkens terug wanneer samenlevingen fundamenteel veranderen?

Waarom wonen in een woonwagen een mensenrechtelijke kwestie is

Menswording als kompas: Een nieuwe manier om te denken over mens, samenleving en instituties