Jean-Paul Sartre – Vrijheid, verantwoordelijkheid en de last van menswording

 

Wat leert Jean-Paul Sartre ons over menswording, instituties en corrigeerbaarheid en waar moet zijn existentialisme worden aangevuld?

Jean-Paul Sartre vertrekt vanuit een radicaal inzicht dat zowel bevrijdend als ongemakkelijk is: mensen hebben geen vooraf gegeven essentie. Anders dan een mes, een stoel of een machine wordt de mens niet geboren met een vast doel of een vastgelegde natuur. Mensen bestaan eerst, en bepalen vervolgens door hun keuzes wie zij worden. Zijn beroemde formule luidt daarom: het bestaan gaat vooraf aan de essentie.

Voor Sartre betekent dit dat menswording geen proces is van het ontdekken van een reeds bestaande kern, maar van het voortdurend vormgeven van zichzelf. Mensen worden niet geboren als voltooide wezens; zij worden wat zij doen. Identiteit is geen gegeven, maar een project.

Dat inzicht sluit op het eerste gezicht sterk aan bij een relationeel mens- en samenlevingswordingsmodel. Ook daar staat centraal dat mens-zijn geen statische toestand is, maar een proces van voortdurende ontwikkeling. Mensen zijn nooit af. Zij worden gevormd door keuzes, ervaringen, relaties en omstandigheden.

Tegelijk legt Sartre een veel sterker accent op individuele vrijheid dan veel andere denkers in dit boek. Waar Vygotsky, Bronfenbrenner, Erikson of De Waal vooral de rol van relaties, instituties en sociale context benadrukken, begint Sartre bij de individuele verantwoordelijkheid van de mens.

Volgens Sartre zijn mensen fundamenteel vrij. Zelfs wanneer omstandigheden beperkingen opleggen, blijven mensen verantwoordelijk voor hoe zij zich tot die omstandigheden verhouden. Vrijheid betekent niet dat alles mogelijk is, maar dat mensen altijd keuzes moeten maken. Zelfs niet kiezen is een keuze.

Daarmee confronteert Sartre ons met een ongemakkelijke waarheid. Veel mensen ervaren zichzelf als slachtoffer van omstandigheden, instituties of geschiedenis. Sartre ontkent niet dat dergelijke beperkingen bestaan, maar waarschuwt ervoor dat mensen zich achter die omstandigheden kunnen verschuilen om verantwoordelijkheid te ontlopen.

Hij noemt dit kwade trouw (mauvaise foi). Mensen vertellen zichzelf verhalen waarmee zij hun vrijheid ontkennen. De werknemer die zegt geen keuze te hebben. De bestuurder die zich verschuilt achter procedures. De burger die beweert niets te kunnen veranderen. De politicus die zegt slechts uitvoerder van omstandigheden te zijn.

Voor Sartre zijn dit vaak pogingen om de last van vrijheid te ontlopen.

Dit inzicht heeft grote betekenis voor menswording. Ontwikkeling vraagt niet alleen bescherming, erkenning en ondersteuning, maar ook het vermogen verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen handelen. Mensen worden niet uitsluitend gevormd door hun omgeving; zij reageren er ook actief op. Menswording vraagt daarom om agency: het vermogen zichzelf als handelend subject te ervaren.

Hier raakt Sartre aan een belangrijk element van het relationele model. Mensen zijn geen passieve producten van structuren. Ook binnen beperkingen behouden zij een zekere handelingsruimte. Een menswaardige samenleving moet die ruimte ondersteunen en vergroten.

Toch wordt hier ook direct een belangrijke beperking zichtbaar. Sartre heeft de neiging de rol van sociale en institutionele omstandigheden te onderschatten. Niet iedereen beschikt over dezelfde mogelijkheden. Armoede, discriminatie, ziekte, geweld, uitsluiting en ongelijkheid beperken reële keuzes.

Een alleenstaande ouder met schulden beschikt niet over dezelfde handelingsruimte als een vermogende hoogopgeleide professional. Formele vrijheid betekent nog geen feitelijke vrijheid.

Juist daarom moet Sartres denken worden aangevuld. Vrijheid is niet alleen een existentiële toestand, maar ook een sociale en institutionele realiteit. Mensen kunnen pas werkelijk keuzes maken wanneer zij beschikken over bestaanszekerheid, onderwijs, gezondheid, rechtsbescherming en sociale erkenning.

Een tweede belangrijk thema in Sartres werk is zijn analyse van de blik van de ander. Mensen ontwikkelen hun identiteit nooit volledig zelfstandig. Zij worden voortdurend gezien, beoordeeld en geïnterpreteerd door anderen.

Zijn beroemde analyse van schaamte maakt dit zichtbaar. Iemand kan zichzelf als vrij handelend subject ervaren totdat hij merkt dat hij wordt bekeken. Plotseling wordt hij zich bewust van zichzelf als object in de ogen van een ander.

Voor menswording is dit een cruciaal inzicht. Mensen ontwikkelen zichzelf niet alleen van binnenuit. Zij worden mede gevormd door erkenning, waardering, afwijzing, stereotypering en sociale verwachtingen. De blik van anderen beïnvloedt hoe mensen zichzelf begrijpen.

Hier ontstaat een verbinding met latere denkers zoals Honneth, Butler en De Beauvoir. Vrijheid is niet uitsluitend individueel; zij wordt mede mogelijk gemaakt of beperkt door sociale erkenning.

Ook voor instituties is dit relevant. Scholen, werkgevers, overheden, zorginstellingen en rechtssystemen kijken voortdurend naar mensen. Zij classificeren, beoordelen, registreren en categoriseren. Daarmee vormen zij niet alleen gedrag, maar ook identiteiten.

Een uitkeringsgerechtigde kan worden gezien als burger of als risico. Een leerling als talent of als probleemgeval. Een migrant als medeburger of als bedreiging.

De manier waarop instituties kijken beïnvloedt hoe mensen zichzelf gaan zien.

Sartres denken krijgt daardoor een verrassende actualiteit in het digitale tijdperk. Sociale media hebben de blik van de ander permanent gemaakt. Mensen worden voortdurend beoordeeld, geliket, gevolgd en vergeleken. Identiteitsvorming vindt steeds vaker plaats onder voortdurende publieke observatie.

Dat kan leiden tot nieuwe vormen van zelfexpressie, maar ook tot conformisme, prestatiedruk en afhankelijkheid van externe erkenning.

Voor democratie heeft Sartre eveneens belangrijke implicaties. Democratie vraagt burgers die zichzelf zien als handelende actoren. Wanneer mensen het gevoel verliezen invloed te kunnen uitoefenen op hun samenleving, ontstaat politieke passiviteit. Corrigeerbaarheid veronderstelt daarom burgers die geloven dat verandering mogelijk is.

Tegelijk waarschuwt Sartre dat vrijheid altijd ongemakkelijk blijft. Mensen verlangen vaak naar zekerheid, duidelijke regels en vaste identiteiten. Maar een open democratische samenleving vraagt juist dat mensen leren omgaan met onzekerheid, pluraliteit en verantwoordelijkheid.

Hier ligt misschien zijn belangrijkste bijdrage aan het polycentrisch corrigeerbaar democratiemodel. Corrigeerbaarheid vereist niet alleen instituties die fouten kunnen herstellen. Zij vereist ook burgers, professionals en bestuurders die bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor hun keuzes en hun overtuigingen voortdurend te herzien.

Toch kent Sartres filosofie duidelijke grenzen. Zijn nadruk op vrijheid kan gemakkelijk omslaan in onderschatting van sociale ongelijkheid. Structurele macht, economische verhoudingen, institutionele uitsluiting en historische achterstanden krijgen in zijn werk minder aandacht dan in dat van bijvoorbeeld Marx, Bourdieu, Fraser of De Beauvoir.

Een moderne benadering moet daarom vrijheid verbinden met sociale voorwaarden. Mensen zijn verantwoordelijk voor hun keuzes, maar de ruimte waarbinnen zij kunnen kiezen is ongelijk verdeeld.

Voor menswording betekent Sartre dat mensen zichzelf voortdurend moeten vormen door keuzes en handelen. Identiteit is geen bezit, maar een proces.

Voor instituties betekent dit dat zij mensen niet moeten reduceren tot rollen, labels of categorieën, maar ruimte moeten laten voor ontwikkeling, verandering en zelfbepaling.

Voor corrigeerbaarheid levert Sartre een fundamenteel inzicht: samenlevingen blijven alleen leerbaar wanneer mensen bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor hun handelen in plaats van zich volledig achter systemen, regels of omstandigheden te verschuilen.

De blijvende waarde van Sartre ligt in zijn krachtige verdediging van menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid. Zijn beperking ligt in zijn relatief geringe aandacht voor de sociale en institutionele voorwaarden waaronder vrijheid daadwerkelijk kan worden gerealiseerd.

De hedendaagse vraag luidt daarom: bouwen wij instituties die mensen helpen hun vrijheid daadwerkelijk te benutten en verantwoordelijkheid te dragen voor hun leven en samenleving – of creëren wij systemen waarin mensen steeds meer worden gereduceerd tot uitvoerders, consumenten, dossiers en datapunten, waardoor zowel vrijheid als verantwoordelijkheid langzaam verdwijnen?




Reacties

Populaire posts van deze blog

Welke patronen keren telkens terug wanneer samenlevingen fundamenteel veranderen?

Waarom wonen in een woonwagen een mensenrechtelijke kwestie is

Menswording als kompas: Een nieuwe manier om te denken over mens, samenleving en instituties