Wat is stilte waard als haat daarna weer mag spreken?

 Vanavond om 20.00 uur is Nederland twee minuten stil. We herdenken de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, van de koloniale oorlog in Indonesië en van oorlogssituaties en vredesoperaties daarna. Dat is geen klein ritueel. Het is een nationaal moment waarop een samenleving zichzelf onderbreekt en erkent dat vrijheid, vrede en menselijke waardigheid nooit vanzelfsprekend zijn.

Maar juist daarom wringt het.

Want wat is de betekenis van herdenken als het niet doorwerkt in het heden? Wat betekent “nooit meer” als mensen vandaag opnieuw worden gedehumaniseerd, uitgesloten, bedreigd of verjaagd? Wat betekent stilte voor de doden, als we luidruchtig of stilzwijgend toestaan dat de waarden waarvoor zij stierven opnieuw worden aangevallen?

Herdenken is niet bedoeld als historische decoratie. Het is geen plechtig moment waarmee we ons moreel geweten één keer per jaar reinigen. Herdenken heeft alleen betekenis als het ons confronteert met de vraag wat wij vandaag doen met de lessen van toen.

En precies daar ligt de pijn.

We leven in een tijd waarin antisemitisme opnieuw zichtbaar en bedreigend aanwezig is. De Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding meldde dat de politie in 2025 867 gevallen van antisemitisme registreerde; dat aantal bleef daarmee zorgwekkend hoog ten opzichte van 2024. Tegelijkertijd nemen ook moslimhaat, racisme, anti-Aziatische discriminatie, discriminatie van lhbtiq+-personen en andere vormen van uitsluiting een harde plaats in het dagelijks leven in. De landelijke discriminatiecijfers over 2025 laten zien dat de norm van artikel 1 van de Grondwet — gelijke behandeling en het verbod op discriminatie — op veel plekken nog altijd niet wordt waargemaakt.

Discriminatie is geen abstract probleem. Zij verschijnt bij het zoeken naar werk, bij het huren van een woning, op school, op straat, online en in de manier waarop mensen worden aangesproken, gewantrouwd of buitengesloten. Voor wie ermee te maken krijgt, is discriminatie geen incident, maar een aantasting van bestaanszekerheid en waardigheid.

Ook buiten Nederland is oorlog geen verleden tijd. In Oekraïne blijven burgers leven onder dreiging van drone- en raketaanvallen; de Verenigde Naties meldden recent opnieuw aanvallen die ook humanitaire voertuigen raakten. In Gaza zijn volgens door OCHA gerapporteerde cijfers tienduizenden Palestijnen gedood sinds oktober 2023, terwijl de humanitaire crisis voortduurt. Ook in Libanon blijven burgers slachtoffer van geweld en luchtaanvallen, ondanks diplomatieke pogingen om verdere escalatie te voorkomen.

En toch blijven wij vaak spreken alsof oorlog, vervolging en vluchtelingenstromen vooral problemen van “anderen” zijn. Alsof mensen die vluchten voor bombardementen, vervolging of onveiligheid een bedreiging vormen in plaats van mensen in nood. Alsof het recht op bescherming alleen geldt zolang het historisch overzichtelijk blijft.

Maar wie vandaag vlucht voor oorlog en geweld, staat niet buiten de geschiedenis die wij herdenken. Die persoon staat er middenin.

Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerden te ontkomen aan vervolging, Belgen die tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Nederland vluchtten, mensen die later uit andere oorlogen en dictaturen bescherming zochten: zij herinneren ons eraan dat beschaving niet zichtbaar wordt in de manier waarop een samenleving omgaat met machtigen, maar in de manier waarop zij omgaat met kwetsbaren.

Daarom is het huichelachtig wanneer wij vanavond plechtig herdenken, maar morgen applaudisseren voor politici die groepen mensen verdacht maken. Het is huichelachtig wanneer wij bloemen leggen voor slachtoffers van vervolging, maar zwijgen wanneer moskeeën worden bedreigd, synagogen beveiligd moeten worden, lhbtiq+-personen worden geïntimideerd of mensen met een migratieachtergrond structureel worden uitgesloten. Het is huichelachtig wanneer wij “nooit meer” zeggen, maar wegkijken wanneer opvanglocaties worden belaagd, vluchtelingen worden ontmenselijkt en haat op sociale media wordt genormaliseerd.

Herdenken vraagt meer dan stilte. Het vraagt politieke moed. Het vraagt dat we pal staan voor de democratische rechtsstaat, voor gelijke behandeling, voor het recht op asiel, voor menselijke waardigheid en tegen iedere vorm van racisme, antisemitisme, moslimhaat, homohaat en uitsluiting.

De twee minuten stilte zijn daarom geen einde, maar een begin. Zij zouden ons moeten dwingen tot zelfonderzoek. Niet alleen: wie waren de slachtoffers toen? Maar ook: wie worden vandaag buitengesloten? Wie worden vandaag ontmenselijkt? Wie worden vandaag niet geloofd, niet beschermd, niet gezien?

Mijn hoop is dat die stilte vanavond niet leeg blijft.

Dat zij doordringt tot iedereen die meedoet aan het verdacht maken van minderheden. Tot iedereen die vluchtelingen reduceert tot overlast. Tot iedereen die moslimhaat, antisemitisme, racisme of lhbtiq+-haat relativeert. Tot iedereen die denkt dat vrijheid alleen vrijheid is voor de eigen groep.

Want de les van herdenken is niet dat wij beter zijn dan de generaties vóór ons. De les is dat ook wij kunnen falen.

En misschien is dat de ongemakkelijkste waarheid van 4 mei: wie herdenkt zonder te handelen, maakt van herinnering een ritueel zonder toekomst. Wie “nooit meer” zegt maar zwijgt bij onrecht, spreekt woorden uit die hun betekenis verliezen.

Vanavond zijn we twee minuten stil.

Maar daarna moet blijken of we werkelijk iets hebben gehoord.



Reacties

Populaire posts van deze blog

Nederland lijkt sterk. Maar onder de motorkap knarst het.

Bouwen wij samenlevingen die ons laten groeien — of die ons langzaam ondermijnen?

What if our biggest mistake is how we understand the human being?